Uitspraak
200903627/1/H2.
Raad van State
De zaak betreft een hoger beroep van een stichting tegen het besluit van Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (de stichting) om een schuld van €56.488,51 niet kwijt te schelden, die voortvloeit uit een door de stichting betaalde Nationale Hypotheek Garantie (NHG) borgstelling. De stichting had deze schuld voldaan aan de geldgever na executoriale verkoop van het appartement van appellante, die niet had voldaan aan de verzekeringsverplichting tegen brandschade.
De rechtbank had het beroep van appellante tegen het besluit van de stichting ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte onbevoegd was om te oordelen over de hoogte van de regresvordering, omdat dit een civielrechtelijke kwestie betreft. Dit deel van de uitspraak wordt vernietigd en het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling bevestigt dat de stichting terecht heeft geweigerd de schuld kwijt te schelden, omdat appellante niet aan haar hoofdverplichting had voldaan door het appartement niet te verzekeren tegen brandschade, wat leidde tot een lagere verkoopprijs en een hogere restschuld. Verder faalt het verweer dat alleen rekening gehouden mag worden met omstandigheden na het verzuim van appellante.
De stichting wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit over de regresvordering, waarmee het hoger beroep deels wordt toegewezen en deels wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt deels gegrond verklaard door vernietiging van het besluit over de regresvordering en bevestiging van de weigering tot kwijtschelding.