Uitspraak
200502347/1), beoogt de aanhoudingsplicht van artikel 50, eerste lid, van de Woningwet te voorkomen dat zich in de aanloop naar een herziening van het geldende bestemmingsplan of het van kracht worden van een bestemmingsplan, in het plangebied ontwikkelingen voordoen die het door de planwetgever voorgestane toekomstige planologische regime doorkruisen.
200608504/1), volgt uit artikel 50 van Pro de Woningwet dat het college bij beantwoording van de vraag of de bouwaanvraag moet worden aangehouden dient te beoordelen of één van de in artikel 44 van Pro de Woningwet opgenomen weigeringsgronden zich voordoet, waaronder de vraag of het bouwplan in strijd is met redelijke eisen van welstand. Indien er geen weigeringsgrond is, moet de bouwvergunning worden aangehouden. Indien er wel een weigeringsgrond is, moet de bouwvergunning worden geweigerd.
200702411/1), is artikel 10 van Pro het EVRM een ieder verbindende bepaling als bedoeld in artikel 94 van Pro de Grondwet, gelezen in verbinding met artikel 93 van Pro die wet. De eerbiediging van het recht op vrije meningsuiting brengt mee dat, indien het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan "Twekkelerveld 2005", de activiteiten van Beukema, die gemachtigd radiozendamateur is, aanleiding kunnen geven tot het buiten toepassing laten van de voorschriften van dit bestemmingsplan in zoverre deze aan de oprichting van de antennemast in de weg zouden staan. Voorwaarde daarbij is dat de antennemast noodzakelijk is voor de uitoefening van de door artikel 10, eerste lid, van het EVRM gewaarborgde rechten en zich geen situatie voordoet die naar het oordeel van het college, gelet op artikel 10, tweede lid, van het EVRM, beperking van die rechten rechtvaardigt. Daarbij dient, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 21 november 2007 in zaak nr.
200702439/1), aandacht te worden geschonken aan factoren als de afstand van de antennemast tot de woningen en de tuinen van omwonenden in relatie tot de hoogte ervan, de vormgeving van de antennemast en de aard van zijn omgeving. Voorts dient de mast in uitgeschoven toestand te worden beoordeeld. Anders dan het college betoogt, heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat uit het besluit van 28 oktober 2008 in onvoldoende mate blijkt dat het college deze aspecten heeft betrokken.