Uitspraak
200702669/1, heeft de Afdeling het daartegen door de raad ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Raad van State
De zaak betreft een verzoek van wederpartij om vergoeding van planschade veroorzaakt door een planologische wijziging die het mogelijk maakte een pand te verbouwen tot een zelfstandig horecabedrijf. De gemeenteraad van Etten-Leur wees dit verzoek af, waarna de rechtbank het besluit vernietigde wegens een motiveringsgebrek. De raad stelde dat de hinder van het horecabedrijf vergelijkbaar was met het oude gebruik van het bouwwerk, maar dit werd door de Afdeling niet gevolgd.
De Afdeling stelde vast dat het bouwwerk onder het oude regime geen zelfstandige horecafunctie had en dat de planologische wijziging een toename van hinder en verkeer veroorzaakte, wat een beperkte nadelige situatie voor de wederpartij opleverde. Desondanks werd de planschade getaxeerd op nihil omdat de woning nabij voorzieningen ligt die al voor overlast zorgen.
De Afdeling vernietigde het besluit van 28 september 2009 van de raad, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartij. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige motivering en een volledige planvergelijking bij planschadeverzoeken.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt gegrond verklaard, het besluit van de raad vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de raad wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.