ECLI:NL:RVS:2010:BM6868
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Beoordeling plausibiliteit van vermoedens bij asielaanvraag van hoogopgeleide soennitische jongeman
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van een verblijfsvergunning asiel vernietigde. De staatssecretaris had het vermoeden van de vreemdeling dat hij als hoogopgeleide soennitische jongeman een verhoogd risico loopt op ontvoering of dood bij terugkeer, niet als geloofwaardig beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris een onjuist beoordelingskader had gehanteerd door niet de plausibiliteit van dit vermoeden te toetsen in het kader van de verblijfsvergunning. De Raad van State bevestigt deze overwegingen en verduidelijkt dat de staatssecretaris eerst moet vaststellen of de vermoedens plausibel zijn alvorens te beoordelen of deze zwaarwegend genoeg zijn voor verlening van de vergunning.
Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Daarnaast wordt de minister van Justitie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
De uitspraak benadrukt het belang van een juiste toetsing van vermoedens die voortvloeien uit geloofwaardige feiten en omstandigheden bij asielaanvragen, met name wanneer het gaat om risico's bij terugkeer naar het land van herkomst.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.