ECLI:NL:RVS:2010:BL6545
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- P.M.M. de Leeuw van Zanten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-tijdige betaling griffierecht
De appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Bij de indiening van het beroepschrift is griffierecht verschuldigd, dat volgens artikel 40, vierde lid, van de Wet op de Raad van State direct bij indiening betaald moet worden. De appellant werd per aangetekende brief op 12 november 2009 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en de uiterste betaaldatum van 10 december 2009.
De betaling van het griffierecht vond echter pas op 23 december 2009 plaats, wat buiten de gestelde termijn viel. De appellant voerde aan dat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was omdat artikel 9 van Pro de Procesregeling zou vereisen dat een tweede aanmaning wordt verstuurd. De Raad van State oordeelde dat de wet de verplichting tot betaling direct verbindt aan het indienen van het beroepschrift en dat de aanmaning per aangetekende brief voldoende is.
De interne administratieve fout waardoor de betaling te laat was, werd niet als een verschoonbare reden erkend. De Raad van State concludeerde dat de appellant in verzuim was en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.