ECLI:NL:RVS:2010:BL3872
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling mvv-vereiste voor nareizende gezinsleden in lijn met artikel 8 EVRM
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning gegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat het tegenwerpen van een verblijfsalternatief in een derde land in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op respect voor familie- en gezinsleven beschermt.
De staatssecretaris stelde dat het ontbreken van een verblijfsalternatief een voorwaarde is voor de vrijstelling van het mvv-vereiste, maar de rechtbank vond dat deze voorwaarde niet kan worden gesteld zonder schending van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank verwees naar arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de bijzondere omstandigheden van de vreemdeling en haar gezin.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de staatssecretaris af. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en legt griffierecht op. De uitspraak benadrukt dat de vrijstelling van het mvv-vereiste, zoals opgenomen in artikel 3.71, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.