ECLI:NL:RVS:2010:BL1794
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- J. Oudeboon-van Rooij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 10 juni 2008 aan verzoekster een boete van €218.500,- op wegens overtreding van de artikelen 2, eerste lid, en 15, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Arnhem, die het beroep op 8 december 2009 ongegrond verklaarde.
Verzoekster vroeg vervolgens bij de Raad van State om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van de boete op te schorten totdat op het hoger beroep zou zijn beslist. Zij stelde dat de inning van de boete de continuïteit van haar onderneming ernstig zou bedreigen.
De voorzitter oordeelde echter dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt in financiële nood te verkeren. Haar eigen vermogen was per eind 2008 €176.121,- en zij had positieve resultaten behaald in 2007 en 2008. Bovendien had zij afgezien van een betalingsregeling die door de minister was aangeboden. Ook toekomstige investeringen in de onderneming rechtvaardigden geen andere conclusie.
De voorzitter concludeerde dat het spoedeisend belang ontbrak en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De zaak zal naar verwachting binnen korte termijn inhoudelijk worden behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om opschorting van de boete wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.