Uitspraak
200903631/1/H2,
200903636/1/H2en
200903640/1/H2, ter zitting aan de orde gesteld op 4 december 2009. Na de zitting heeft de Afdeling de zaken weer gesplitst.
Raad van State
Het bestuur van het Vervangingsfonds heeft op 2 oktober 2007 een eerder verleende subsidie van €1.385,75 aan de stichting ingetrokken omdat niet voldaan was aan de verplichting om binnen één jaar na subsidieverlening de originele factuur en het ingevulde evaluatieformulier in te dienen.
De stichting maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar dit werd door het Vervangingsfonds ongegrond verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank Breda het beroep van de stichting tegen de intrekking ongegrond. De stichting stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de verplichtingen verbonden aan de subsidie onherroepelijk zijn geworden omdat de stichting daartegen geen rechtsmiddelen heeft aangewend. De niet tijdige indiening van de factuur en het ontbreken van het evaluatieformulier rechtvaardigen de intrekking van de subsidie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de subsidie bevestigd.