Uitspraak
200102657/1, AB 2003, 136) is een besluit tot subsidieverlening, met de daarin opgenomen subsidieverplichtingen, met het ongebruikt verstrijken van de bezwaartermijn in rechte onaantastbaar geworden, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. Dit betekent dat in de door de gemeente gestelde omstandigheden, wat daarvan verder ook zij, geen grond is te vinden voor het oordeel dat de staatssecretaris de subsidie ten onrechte lager heeft vastgesteld op grond van de overweging dat de gemeente de krachtens dat besluit op haar rustende verplichting om de voorschriften voor openbare aanbesteding in acht te nemen onvoldoende heeft nageleefd.