ECLI:NL:RVS:2009:BK8678
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen verblijfsvergunning asiel voor ouder dochter met Nederlandse nationaliteit bij risico genitale verminking
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding was getreden door het beleid inzake genitale verminking ambtshalve te toetsen, terwijl de vreemdeling dit niet had aangevoerd. Tevens werd vastgesteld dat de dochter van de vreemdeling de Nederlandse nationaliteit bezit, waardoor de vreemdeling op grond van het beleid geen verblijfsvergunning asiel kan verkrijgen.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen grond om af te wijken van het beleid, noch om bijzondere omstandigheden aan te nemen. De vreemdeling kan een aanvraag voor verblijf bij haar kinderen indienen, maar niet op basis van het asielbeleid voor genitale verminking.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.