Uitspraak
200903257/1/H1, heeft de Afdeling geoordeeld dat [appellante sub 2] niet kan worden aangemerkt als belanghebbende bij het besluit van 31 maart 2008 voor zover daarbij is gelast het gebruik van het pand als supermarkt te staken en gestaakt te houden.
200704686/1, is in beginsel slechts de overtreder belanghebbende bij de oplegging van een last onder dwangsom, omdat alleen hij de dwangsom kan verbeuren, maar sluit dat niet uit dat ook een ander dan de overtreder belanghebbende kan zijn als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. [appellante sub 2] is eigenaresse van het pand. Nu niet kan worden uitgesloten dat de last tot het terugbrengen van het pand in zijn oorspronkelijke staat leidt tot een aantasting van haar eigendomsrecht, dient zij in zoverre als belanghebbende bij het dwangsombesluit te worden aangemerkt. Het college heeft het bezwaar van [appellante sub 2] tegen de besluiten van 31 maart 2008 bij afzonderlijk besluit van 7 oktober 2008 niet-ontvankelijk verklaard. [appellante sub 2] heeft daartegen beroep ingesteld dat door de rechtbank bij afzonderlijke uitspraak van 26 maart 2009 gegrond is verklaard voor zover het betreft de last tot het terugbrengen van het pand in zijn oorspronkelijke staat. Daarbij is laatstgenoemd besluit van 7 oktober 2008 in zoverre vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen. Nu [appellante sub 2] met het door haar ingestelde beroep heeft aangegeven het besluit van 7 oktober 2008 tot handhaving van de aan [appellant sub 1 A] gerichte last ook inhoudelijk te willen bestrijden kan haar onder de gegeven omstandigheden niet in redelijkheid worden verweten daarnaast niet apart beroep te hebben ingesteld tegen het aan [appellant sub 1 A] afzonderlijk gerichte besluit van 7 oktober 2008.
200606202/1, is rechtens komen vast te staan dat die bestemming geen detailhandel toelaat. Anders dan Jumbo betoogt brengt de omstandigheid dat aan het op de bestemming "Bedrijven I" betrekking hebbende gebruiksvoorschrift in dat bestemmingsplan goedkeuring is onthouden, niet met zich dat een gebruik in strijd met de bestemming niet is verboden. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden geoordeeld dat dit gebruik is verboden ingevolge artikel 2, aanhef en onder C, van het op het perceel aanvullend geldende bestemmingsplan "Verspreide (winkel)vestigingen". Dat plan kent geen bestemmingen toe aan gronden en bevat slechts aanvullende voorschriften voor diverse bestemmingsplannen, waaronder "Graafsebaan". De term bestemming in artikel 2, aanhef en onder C, kan gelet hierop slechts betrekking hebben op de bestemming die in het bestemmingsplan "Graafsebaan" aan het perceel is toegekend. Dat, zoals Jumbo stelt, met die bepaling is beoogd de uitbreiding van detailhandelsvestigingen te voorkomen, daargelaten wat er van die stelling zij, doet niet af aan de duidelijke bewoordingen van het planvoorschrift.
200607230/1) dat als uit een aanvraag om bouwvergunning zonder meer kan worden afgeleid dat het bouwwerk in strijd met het bestemmingsplan zou worden gebruikt, en het college, zich bewust van dat voorgenomen gebruik, de vergunning in weerwil van de planvoorschriften heeft verleend, dit gebruik geacht kan worden rechtstreeks voort te vloeien uit de door het college verleende bouwvergunning.
200305301/1, en waarnaar Jumbo in dit verband heeft verwezen, kan niet op één lijn worden gesteld met het thans aan de orde zijnde geval. In het genoemde geval had het betreffende bestuursorgaan een bouwvergunning verleend voor een winkel doch deze nadien op naam gesteld van de exploitant van de supermarkt, toestemming verleend voor een wijziging van het aantal parkeerplaatsen, het creëren van ruimte voor winkelwagentjes en het verplaatsen van de entree van de toekomstige supermarktvestiging en een gewijzigde bouwtekening gewaarmerkt waarop uitdrukkelijk was aangegeven dat de gevraagde wijziging betrekking heeft op een supermarktfiliaal. Die situatie doet zich in het thans aan de orde zijnde geval niet voor.
200300675/1. Vaststaat dat het pand eerst na de peildatum in gebruik is genomen als bouwmarkt. Reeds daarom is het overgangsrecht daarop niet van toepassing. Gelet hierop wordt niet toegekomen aan de vraag of het gebruik van het pand als supermarkt leidt tot een vergroting van de afwijking van het plan.
200903256/1is dat besluit in rechte onaantastbaar geworden. Aan de omstandigheid dat het college tot meergenoemde uitspraak van de Afdeling van 27 juni 2007 in de onjuiste veronderstelling verkeerde dat het bestemmingsplan een supermarkt op het perceel toestond en daarvan uitgaande met toepassing van artikel 44, eerste lid, van de Woningwet bouwvergunning heeft verleend voor veranderingen aan het pand met het oog op zodanig gebruik, kon Jumbo niet de in rechte te honoreren verwachting te ontlenen dat handhavend optreden na die uitspraak zou uitblijven. De door het college gegeven uitleg aan het bestemmingsplan is in de procedure die heeft geleid tot die uitspraak steeds betwist door Ahold, Lidl en [wederpartij].