ECLI:NL:RVS:2009:BK1942
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Belanghebbende bij planschadebesluiten na wijziging Wet op de Ruimtelijke Ordening
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland kende op 9 januari 2007 planschade toe aan eigenaren van achttien percelen. De gemeenteraad verklaarde daarop de bezwaren van de projectontwikkelaar [appellante] niet-ontvankelijk. De rechtbank Alkmaar verklaarde de beroepen van [appellante] ongegrond.
De kern van het geschil betrof de vraag of [appellante], die een overeenkomst tot verhaal van planschadekosten met het college had gesloten, belanghebbende was bij de besluiten van de gemeenteraad. De Wet op de Ruimtelijke Ordening was gewijzigd waarbij de bevoegdheid tot het toekennen van planschade van de gemeenteraad naar het college was verschoven, maar het overgangsrecht bepaalde dat de gemeenteraad bevoegd bleef voor verzoeken ingediend vóór 1 september 2005.
De Raad van State overwoog dat de wetgever bewust geen synchronisatie had aangebracht tussen de inwerkingtredingsbepalingen en het overgangsrecht, waardoor een juridische leemte ontstond. Gelet op de bedoeling van de wetgever en de rechtsbescherming van de verzoeker, moest [appellante] als belanghebbende worden aangemerkt bij de besluiten van de gemeenteraad, ondanks dat deze besluiten niet door het college waren genomen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de gemeenteraad, en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling van de bezwaren van [appellante]. Tevens werd de gemeenteraad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt de eerdere uitspraak en besluiten, met terugverwijzing voor inhoudelijke behandeling.