ECLI:NL:RVS:2009:BK1347
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boetebesluit Wet arbeid vreemdelingen wegens ontbreken werkgeverschap
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 11 juli 2007 een boete van €32.000,- op aan [wederpartij] wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Dit betrof het laten verrichten van arbeid door vier Bulgaarse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het boetebesluit, omdat [wederpartij] niet als werkgever in de zin van de Wav kon worden aangemerkt.
De minister stelde in hoger beroep dat [wederpartij] wel degelijk als werkgever moest worden gezien, omdat zij de legbatterij wilde kopen en wist dat demontagewerkzaamheden moesten worden verricht. Tevens stelde de minister dat [wederpartij] als opdrachtgever van de vreemdelingen moest worden beschouwd, mede vanwege de aandeelhoudersstructuur met [bedrijf A].
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat [wederpartij] geen deel uitmaakte van de keten van werkgevers en dat de vreemdelingen in loondienst waren van [bedrijf D], dat de demontage uitvoerde. De aandeelhoudersverhouding en het feit dat [wederpartij] de legbatterij wilde kopen, maakten haar niet tot werkgever in de zin van de Wav. Ook het regelen van verblijf en gereedschap door [wederpartij], dat door [bedrijf D] werd betaald, veranderde hier niets aan.
Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, wel werd een griffierecht van €433,- geheven.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.