ECLI:NL:RVS:2009:BJ8923
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- A.J. Soede
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen weigering vrijstelling kinderdagverblijf in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 10 oktober 2007 vrijstelling voor het intern verbouwen en gebruik van een woning als kinderdagverblijf, ondanks dat dit in strijd was met het bestemmingsplan. Na bezwaar en beroep vernietigde de voorzieningenrechter het besluit en bepaalde dat het college een nieuw besluit moest nemen. Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht een discretionaire bevoegdheid had gebruikt bij het verlenen van de vrijstelling en dat de rechter slechts marginaal toetsend mocht optreden. De ruimtelijke onderbouwing was voldoende, omdat het beleid gericht was op het beperken van kantoren en niet op maatschappelijke functies zoals kinderopvang. Het college hoefde niet aan te tonen dat het kinderdagverblijf noodzakelijk was op die specifieke locatie.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond en bepaalde dat het college met inachtneming van de uitspraak een nieuw besluit moet nemen. Hiermee werd het eerdere oordeel van de voorzieningenrechter deels teruggedraaid, waarbij de belangen van kinderopvang en woonfunctie in balans werden gewogen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en het college dient een nieuw besluit te nemen over de vrijstelling.