Uitspraak
200600223/1, behoeft bij het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid geen onderzoek te worden uitgevoerd naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit van de door toepassing van die bevoegdheid eventueel mogelijk gemaakte ontwikkelingen. Het college heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat in zoverre geen onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit nodig is.
200608825/1, op het standpunt gesteld dat bij de beoordeling van de planologische aanvaardbaarheid van een beoogde ontwikkeling de mogelijkheden van het vorige plan een rol kunnen spelen.
200801092/1op het standpunt gesteld dat het college in de belangenafweging een zwaarder gewicht heeft kunnen toekennen aan de belangen die gemoeid zijn met de uitvoering van het plan dan aan het belang dat de bewoners van de woning Tulpenburg 41 hebben bij het behoud van zoninval in hun tuin en woning. Dienaangaande overweegt de Afdeling dat aan die uitspraak in dit verband geen overwegende betekenis kan worden gehecht, nu de in die uitspraak aan de orde zijnde situatie verschilt met de situatie in dit geval. Hiertoe wordt overwogen dat uit laatstgenoemde uitspraak blijkt dat het college in die zaak de afname van lichtinval heeft beoordeeld aan de hand van door TNO opgestelde normen en naar aanleiding daarvan zich op het standpunt heeft gesteld dat, nu wordt voldaan aan de zogenoemde lichte TNO-norm, uitvoering van het plan niet zal leiden tot onevenredige schaduwhinder. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is evenwel niet gebleken dat in dit geval de aanvaardbaarheid van de vermindering van de lichtinval vanwege het plandeel is beoordeeld aan de hand van ter zake gebruikelijke richtlijnen of anderszins deugdelijk is gemotiveerd.