Uitspraak
200409705/1), mag in beginsel worden uitgegaan van de juistheid van een ten overstaan van een opsporingsambtenaar afgelegde en ondertekende verklaring. Dit is slechts anders indien sprake is van bijzondere omstandigheden die nopen tot afwijking van dit uitgangspunt. Dat [appellant] door [belanghebbende] is geïnstrueerd om deze verklaring af te leggen en de verklaring te gedetailleerd zou zijn om door [appellant] zelf te kunnen zijn afgelegd, nu deze de Nederlandse taal onvoldoende machtig is, kan niet als een bijzondere omstandigheid worden aangemerkt. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen is de verklaring zeer gedetailleerd en geeft zij een beeld van directe persoonlijke bemoeienis van [appellant] bij de plaatsing van de vreemdelingen, zodat het onaannemelijk is dat de verklaring volledig op instructie van [belanghebbende] zou zijn afgelegd. Voorts heeft [appellant] de verklaring ondertekend. Hij heeft op geen enkel moment aangegeven niet te hebben begrepen wat hij ondertekende. Daar komt bij dat indien [appellant] bewust een onjuiste verklaring heeft afgelegd, dit voor zijn rekening dient te komen. Dat niet is gebleken van een overeenkomst tussen [appellant] en [maatschap] kan, gelet op het vorenstaande niet tot een ander oordeel leiden.
200607461/1), is bij een besluit tot boeteoplegging het in artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) neergelegde evenredigheidsbeginsel aan de orde. Als de toepassing van de beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, dan moet van deze beleidsregels worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden die tot matiging aanleiding geven gaat het in ieder geval, mede gelet op artikel 4:84 van Pro de Awb, om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter.
200802872/1), bestaat geen reden tot matiging van de opgelegde boete over te gaan indien de beboete werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door de opgelegde boete onevenredig wordt getroffen.