Uitspraak
200704988/1), wordt door het hanteren van een niet eerder in de procedure ingeroepen weigeringsgrond niet buiten de grenzen getreden die artikel 7:11, eerste lid, van de Awb stelt aan de heroverweging in bezwaar.
Raad van State
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de intrekking van een remigratie-uitkering door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De SVB had het besluit tot toekenning van de uitkering ingetrokken omdat appellant niet voldeed aan de verplichtingen uit de Remigratiewet en het Uitvoeringsbesluit, met name het niet tijdig overleggen van schriftelijke bewijsstukken van het verzoek tot verkrijging van de nationaliteit van het bestemmingsland.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. In het hoger beroep werd onder meer betoogd dat de SVB ten onrechte de rechtsgrond van het besluit had gewijzigd en dat het besluit niet zorgvuldig was gemotiveerd.
De Raad van State oordeelt dat de wijziging van de rechtsgrond door de SVB binnen de grenzen van de heroverweging in bezwaar valt en dat appellant voldoende op de hoogte was gesteld van zijn verplichtingen. De Raad bevestigt dat appellant niet heeft voldaan aan de voorwaarden van de Remigratiewet en het Uitvoeringsbesluit, en verklaart het hoger beroep ongegrond.
De uitspraak bevestigt de intrekking van de remigratie-uitkering en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De intrekking van de remigratie-uitkering wordt bevestigd wegens niet naleven van de voorwaarden.