ECLI:NL:RVS:2009:BJ4395
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid vreemdelingenbewaring wegens niet-ontvankelijkheid vertrek naar België
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die de vreemdelingenbewaring van een vreemdeling onrechtmatig achtte en schadevergoeding toekende. De vreemdeling, van Surinaamse nationaliteit, was gehuwd met een Nederlandse echtgenoot en had geen rechtmatig verblijf in Nederland.
De rechtbank had geoordeeld dat de vreemdeling Nederland te kennen had gegeven te willen vertrekken naar België en dat haar toelating tot België gewaarborgd was, waardoor de bewaring onrechtmatig was. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk zou vertrekken en dat de toelating tot België niet gewaarborgd was vanwege het ontbreken van een visum.
De Raad van State overweegt dat het ontbreken van een visum geen afbreuk doet aan het recht van gezinsleden van EU-burgers om zich in een andere lidstaat te vestigen, en dat de vreemdeling met een geldig paspoort het recht heeft haar echtgenoot te begeleiden of zich bij hem te voegen. De verklaring van de vreemdeling om naar België te vertrekken is geloofwaardig bevonden, mede door overgelegde adresgegevens. De bewaring was echter pas onrechtmatig vanaf 26 mei 2009, toen het vertrekvoorstel was geconcretiseerd. De eerdere bewaring was rechtmatig. De schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De bewaring werd onrechtmatig vanaf 26 mei 2009; schadevergoeding wordt afgewezen.