ECLI:NL:RVS:2009:BJ2602

Raad van State

Datum uitspraak
9 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200807785/1/H3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vaststelling selectielijsten Justitiële Jeugdzorg

Bij zes besluiten van 12 december 2005 hebben de staatssecretarissen en ministers gezamenlijk de selectielijst voor de neerslag van handelingen van de Raad voor de Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming over 1945-2000 vastgesteld. De rechtbank Arnhem verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep van wederpartij tegen deze besluiten.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De minister voerde aan dat de besluiten concretiserende besluiten van algemene strekking zijn en niet als algemeen verbindende voorschriften moeten worden aangemerkt.

De Raad van State oordeelde dat de rechtsvraag reeds eerder was beantwoord en dat de besluiten niet door de rechtbank waren vernietigd. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, maar griffierecht geheven.

Uitkomst: Het hoger beroep van de minister is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

200807785/1/H3.
Datum uitspraak: 9 juli 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 10 september 2008 in zaken nrs. AWB 06/2184, 06/2186, 06/2187, 06/2188, 06/2189 en 06/2191 in het geding tussen:
[wederpartij]
en
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
1. Procesverloop
Bij zes onderscheiden besluiten van 12 december 2005 hebben de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de staatssecretaris), de staatssecretaris gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de staatsecretaris gezamenlijk met minister van Defensie, de staatssecretaris gezamenlijk met de minister van Financiën, de staatssecretaris gezamenlijk met de minister van Justitie, en de staatssecretaris gezamenlijk met de minister van Volksgezondheid, de "selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Raad voor de Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming en de onder hen ressorterende actoren op het beleidsterrein Justitiële Jeugdzorg over de periode 1945-2000" en de daarbij behorende toelichting vastgesteld.
Bij uitspraak van 10 september 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) zich onbevoegd verklaard van het door [wederpartij] hiertegen ingestelde beroep kennis te nemen. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de minister) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 oktober 2008, hoger beroep ingesteld.
De minister en [wederpartij] hebben nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.
Partijen hebben toestemming verleend om het onderzoek ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.
2. Overwegingen
2.1. De minister komt op tegen het oordeel van de rechtbank dat de besluiten tot vaststelling van selectielijsten dienen te worden aangemerkt als algemeen verbindende voorschriften. Hij betoogt dat de besluiten concretiserende besluiten van algemene strekking zijn.
2.1.1. De minister heeft bij brief van 25 juni 2009 laten weten dat hij geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep omdat de aan de orde zijnde rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 1 april 2009 in zaak nr.
200805599/1).
Gelet hierop en nu de besluiten 12 december 2005 niet door de rechtbank zijn vernietigd, is het hoger beroep niet-ontvankelijk.
2.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
II. verstaat dat de secretaris van de Raad van State van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap griffierecht ten bedrage van € 447,00 (zegge: vierhonderdzevenenveertig euro) heft.
Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. W. Konijnenbelt en mr. C.J. Borman, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.
w.g. Polak w.g. Van Hardeveld
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2009
312-622.