Uitspraak
200606333/1heeft de Afdeling de tegen dit besluit ingestelde beroepen gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
200602308/1, AB 2007, 95).
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland verleende op 16 juli 2008 een milieuvergunning aan een vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor de op- en overslag van kolen, mineralen en ertsen. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmerliede en Spaarnwoude stelde beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor het punt van publicatie, omdat dit niet eerder in de zienswijze was aangevoerd, maar dat dit punt alsnog in beroep kon worden behandeld. De Afdeling stelde vast dat de publicatie van het ontwerpbesluit en het bestreden besluit niet in de woonkern Halfweg plaatsvond, maar dat deze afstand van 3,5 kilometer en het ontbreken van milieugevolgen in Halfweg dit rechtvaardigde.
Verder oordeelde de Afdeling dat de aan de vergunning verbonden voorschriften, waaronder de maximale doorzet van stuifgevoelige goederen en maatregelen ter beperking van stofverspreiding, handhaafbaar zijn en gebaseerd op de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken (BBT), zoals beschreven in het BREF-document en de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR). Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning voor de kolenoverslaginrichting wordt ongegrond verklaard.