ECLI:NL:RVS:2007:BA9259
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.G.C. Wiebenga
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning op- en overslag kolen wegens onvoldoende motivering luchtkwaliteitsnormen
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland verleende op 25 juli 2006 een milieuvergunning aan een onderneming voor het oprichten en exploiteren van een inrichting voor de op- en overslag van kolen, mineralen en ertsen aan de Westpoortweg te Amsterdam. Diverse partijen, waaronder Starbucks Manufacturing EMEA B.V., de Milieufederatie Noord-Holland en het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmerliede en Spaarnwoude, stelden beroep in tegen dit besluit.
De appellanten betoogden onder meer dat de bijdrage van de inrichting aan de concentratie van zwevende deeltjes (PM10) in de lucht werd onderschat. De Raad van State constateerde dat de berekeningen van de aanvrager uitgingen van een gemiddelde doorvoercapaciteit over drie jaar, terwijl in werkelijkheid in een jaar meer dan de vergunningcapaciteit kan worden verwerkt. Tevens werd onvoldoende rekening gehouden met lokale bronnen zoals de nabijgelegen Westpoortweg (N202).
Verder oordeelde de Afdeling dat de voorgeschreven stofbestrijdingsmaatregelen onvoldoende zijn om de gehanteerde reductiepercentages te realiseren, omdat deze pas verplicht worden bij visueel waarneembare stofverspreiding buiten 2 meter van de bron. Hierdoor was het onzeker of aan de wettelijke grenswaarden voor PM10 kan worden voldaan.
De Raad van State vernietigde het besluit wegens strijd met de motiveringsplicht en het ontbreken van voldoende feitelijke kennis bij de besluitvorming. Daarnaast werd het college van gedeputeerde staten veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en feitelijke onderbouwing van naleving luchtkwaliteitsnormen.