Uitspraak
200509191/1is ten aanzien van het besluit van 30 november 2004 overwogen dat het dichtmaken van de deuropening heeft plaatsgevonden zonder bouwvergunning en aldus in strijd met artikel 40, eerste lid, van de Woningwet, zodat het college terzake handhavend kon optreden. Tevens is overwogen dat zich geen bijzondere omstandigheden voordoen op grond waarvan het college van handhavend optreden had behoren af te zien. Het besluit van 30 november 2004 is met deze uitspraak in rechte onaantastbaar geworden.
200706839/1) vloeit voort dat, indien na een eerder afwijzend besluit een besluit van gelijke strekking wordt genomen, door het instellen van beroep tegen het laatste besluit niet kan worden bereikt dat de bestuursrechter dat besluit toetst als ware het een eerste afwijzing. Dit uitgangspunt geldt niet alleen voor besluiten, genomen naar aanleiding van een nieuwe aanvraag, maar ook voor besluiten op een verzoek om terug te komen van een al dan niet op aanvraag genomen besluit (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 4 mei 2005 in zaak nr.
200406320/1). Slechts indien en voor zover in de bestuurlijke fase nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd, dan wel uit het aldus aangevoerde kan worden afgeleid dat zich een relevante wijziging van het recht heeft voorgedaan, kunnen dat besluit, de motivering ervan en de wijze waarop het tot stand is gekomen door de bestuursrechter worden getoetst.