ECLI:NL:RVS:2009:BH7669
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.H. van Kreveld
- G.K. Klap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom bodemsanering
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant legde op 21 november 2008 aan verzoekster een last onder dwangsom op wegens bodembedreigende activiteiten en nikkelverontreiniging in grondwater en drainagesysteem. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening, omdat zij niet van plan was tot sanering en het plan van aanpak vóór de gestelde termijn moest worden ingediend.
Verzoekster betoogde dat de last niet op artikel 13 Wet Pro bodembescherming kon worden gebaseerd vanwege een specifieke saneringsregeling in een vergunningvoorschrift en dat de verontreiniging mogelijk al bestond voordat zij eigenaar werd. Het college stelde dat de zorgplicht uit artikel 13 een Pro zelfstandige en aanvullende betekenis heeft naast vergunningvoorschriften en dat de huidige nikkelconcentraties de eerdere overschrijdingen uit de nulsituatieonderzoeken overstijgen.
De voorzitter oordeelde dat het geding zich niet leent voor een diepgaand feitenonderzoek en dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het besluit op een ontoereikende feitelijke grondslag berust. Gezien de belangenafweging zag de voorzitter geen reden om een voorlopige voorziening te treffen en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.