Uitspraak
200605868/1, aan dat de vrijstelling te algemeen is, zich in de mate van concreetheid niet onderscheidt van een bestemmingsplan, derhalve niet ziet op een concreet project en in strijd is met artikel 19 van Pro de WRO.
200605868/1) moet een project in de mate van concreetheid te onderscheiden zijn van de normering neergelegd in een bestemmingsplan. In het besluit op bezwaar van 5 februari 2008 heeft het college nader gepreciseerd dat de bouwvergunning is verleend voor de bouw van een bioscoop met 1989 stoelen op de percelen gemeente Tilburg, sectie Z, nummers 39, 301, 500, 501, 616, 818, 819, 820 en 1145 (allen gedeeltelijk), zodat duidelijk is dat de vrijstelling, voor zover hier in geschil, ziet op een concreet bouwplan. De voorzieningenrechter heeft dan ook terecht geoordeeld dat het project voldoende concreet is.
200601749/1) is de procedure van artikel 19 WRO Pro bedoeld als een gelijkwaardig alternatief voor de planherziening van artikel 10 van Pro de WRO, om een project dat afwijkt van het bestemmingsplan mogelijk te maken.
200305190/1) komen de vragen of voor de uitvoering van het bouwplan ontheffingen nodig zijn op grond van de Flora- en faunawet, en zo ja, of deze ontheffingen kunnen worden verleend, aan de orde in een eventueel te voeren procedure op grond van de Flora- en faunawet. Dit doet er niet aan af dat het college geen vrijstelling voor het plan had mogen verlenen indien en voor zover het op voorhand in redelijkheid had moeten onderkennen dat de Flora- en faunawet aan de uitvoerbaarheid van het bouwplan in de weg staat.