Uitspraak
200204721/1), heeft de minister bij de toepassing van artikel 10 van Pro de RWN beoordelingsvrijheid waarvan de invulling primair tot zijn verantwoordelijkheid behoort. De minister pleegt, zoals in 2.1. is vermeld, van artikel 10 van Pro de RWN slechts terughoudend gebruik te maken in geval van zeer bijzondere omstandigheden. De omstandigheden dat een persoon lange tijd in Nederland verblijft, in die tijd banden met Nederland heeft opgebouwd, volledig is ingeburgerd en zijn familie in eigen onderhoud voorziet, kunnen niet als zeer bijzonder worden aangemerkt. In de Handleiding is voorts vermeld dat de omstandigheden dat iemand volledig is ingeburgerd in de Nederlandse samenleving en dat door naturalisatie de kansen op de Nederlandse arbeidsmarkt worden vergroot, als niet bijzonder worden aangemerkt.