ECLI:NL:RVS:2009:BH2564
Raad van State
- Herziening
- D. Roemers
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraak over gebruiksrecht appartementseigenaar
In deze zaak verzocht [verzoeker] om herziening van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 7 november 2007, waarin het hoger beroep gegrond werd verklaard en het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg van 28 april 2006 werd vernietigd. Het verzoek tot herziening was gebaseerd op een vermeende onjuiste verklaring van een lid van de enkelvoudige kamer over het gebruiksrecht van een appartementseigenaar.
De Afdeling overwoog dat herziening slechts mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, bij de verzoeker niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De vermeende verklaring van de rechter werd niet als een nieuw feit beschouwd, aangezien het Burgerlijk Wetboek duidelijk maakt dat het gebruiksrecht een zakelijk recht is en de verzoeker bovendien werd bijgestaan door een advocaat.
Ook werd geoordeeld dat de verzoeker niet had hoeven worden weerhouden om nadere argumenten aan te voeren tijdens de eerdere procedure. Daarnaast werd het betoog over onvolledigheden in het proces-verbaal niet als een grond voor herziening erkend. Gezien deze overwegingen werd het verzoek tot herziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen.