Uitspraak
200400651/1betoogt hij dat degene die geen zicht heeft op de betreffende diersoorten geen belanghebbende is en dat hij het bezwaar van [appellanten] daarom terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
200400651/1, waarin de afstand van de woning van de betrokkene tot het gebied waarop de ontheffing zag ongeveer 300 meter was, bevindt in dit geval de woning van [appellanten] zich in het gebied waarvoor de ontheffing geldt. De afstand van hun woning tot de waterkant bedraagt, naar thans niet meer in geschil is, ongeveer 8 meter. Deze omstandigheden brengen met zich dat het bezwaar van [appellanten] ontvankelijk is. Daarbij komt dat niet op voorhand aannemelijk is gemaakt door de minister dat de verstoring van de beschermde diersoorten geen invloed heeft op de directe woon- en leefomgeving van [appellanten]. De voorzieningenrechter heeft derhalve terecht en op goede gronden geoordeeld dat de belangen van [appellanten] rechtstreeks zijn betrokken bij het besluit tot het verlenen van de ontheffing. Het betoog slaagt derhalve niet.