ECLI:NL:RVS:2009:BG9743
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen steiger en walbeschoeiing zonder bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad heeft appellant op 19 december 2006 bevolen een zonder bouwvergunning aangelegde steiger, de demping van een deel van de Zaan en de walbeschoeiing te verwijderen. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de demping en walbeschoeiing als één constructie moeten worden beschouwd, waarvoor geen vergunning was verleend. Het college mocht daarom handhavend optreden. Appellant voerde aan dat er sprake was van bijzondere omstandigheden, zoals aanwezigheid van een ambtenaar tijdens de werkzaamheden, een akkoord van het hoogheemraadschap en mogelijke kapitaalvernietiging, maar deze bezwaren werden verworpen.
De Raad stelde vast dat het college niet gebonden is aan het akkoord van het hoogheemraadschap en dat handhaving niet onevenredig is. Ook de stelling dat de woning zou schuiven bij verwijdering van de walbeschoeiing werd niet aannemelijk geacht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.