Uitspraak
200407033/1. In die zaak is door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening een deskundigenbericht uitgebracht (hierna: het deskundigenbericht).
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland stelde in 2003 op verzoek van NS Railinfrabeheer B.V. een hogere geluidgrenswaarde vast voor de woning aan de Krimweg vanwege reconstructie van de Havenspoorlijn. Na bezwaar verklaarde het college in 2007 het bezwaar ongegrond. Appellant en de Vereniging Verontruste Bewoners van Voorne stelden beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college ten onrechte appellant en de Vereniging niet opnieuw heeft gehoord over een na de hoorzitting ontvangen rapport van DGMR dat leidde tot een lagere hogere grenswaarde. Dit is in strijd met artikel 7:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd.
De Afdeling beoordeelde verder de inhoudelijke bezwaren over geluidbelasting, maatregelen, en akoestische berekeningen. Het college had zich redelijk op het standpunt kunnen stellen dat voorgestelde maatregelen niet doelmatig of te kostbaar waren en dat de geluidbelasting aanvaardbaar was. Ook werd geen rekening gehouden met piekgeluid volgens de geldende normen. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.
Ten slotte werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant en de Vereniging.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.