Uitspraak
200401581/1, heeft overwogen, de 0,5 gram die als een voorraad voor eigen gebruik kan worden aangemerkt niet ziet op cocaïne in zijn zuiverste vorm, maar op hetgeen als cocaïne wordt verhandeld.
Raad van State
De burgemeester van Groningen heeft op 17 augustus 2006 besloten het café van appellant te sluiten voor de duur van 12 maanden vanwege het aantreffen van grotere hoeveelheden cocaïne, een middel op lijst I van de Opiumwet, tijdens een politiecontrole op 13 augustus 2006.
Appellant voerde aan dat de politie geen concrete aanwijzingen had voor de controle en betwistte dat er handelshoeveelheden cocaïne waren aangetroffen. Ook stelde hij dat het Nederlands Forensisch Instituut niet al het materiaal had onderzocht en dat het percentage cocaïne per monster niet was vastgesteld.
De Raad van State oordeelde dat de politie voldoende aanwijzingen had om de controle uit te voeren en dat de hoeveelheid cocaïne (8,76 gram) ruim boven de door het Openbaar Ministerie gehanteerde grens van 0,5 gram lag, waardoor sprake was van handelshoeveelheden. Het deskundigenrapport mocht worden betrokken bij de besluitvorming. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de burgemeester hadden moeten weerhouden bestuursdwang toe te passen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De sluiting van het café voor 12 maanden wegens handel in handelshoeveelheden cocaïne wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.