Uitspraak
200800275/1), speelt persoonlijke verwijtbaarheid van de exploitant geen rol bij de vraag of zich een situatie voordoet die tot sluiting van de inrichting noopt. Voorts zijn [appellanten], zoals de voorzieningenrechter terecht heeft overwogen, als exploitant van het belhuis verantwoordelijk voor hetgeen in de inrichting plaatsvindt, zodat het op de weg van [appellanten] lag ervoor te zorgen dat voldoende maatregelen werden genomen om feiten als hier in geding te voorkomen. Hierbij heeft de voorzieningenrechter terecht van belang geacht dat [appellanten] aanwijzingen en adviezen hebben gekregen van de buurtagent, zodat zij tijdig afdoende maatregelen hadden kunnen treffen. De voorzieningenrechter heeft dan ook terecht geen aanleiding gezien om te oordelen dat de burgemeester niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. Ook in het door [appellanten] gestelde financiële nadeel heeft de voorzieningenrechter terecht geen aanleiding gezien om te oordelen dat de burgemeester niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten het belhuis te sluiten voor een periode van zes maanden, nu dit financiële nadeel moet worden geacht in de betrokken wetsbepaling en het daarop gebaseerde beleid te zijn meegewogen.