Uitspraak
200609416/1) zijn bij besluiten inzake een vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren uitsluitend beslissingen omtrent afzonderlijke lozingen als zelfstandig te beschouwen besluitonderdelen te onderscheiden.
Raad van State
De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat verleende op 1 augustus 2007 een vergunning aan Essent Energie Productie B.V. voor het lozen van koelwater van de elektriciteitscentrale Clauscentrale. Stichting Natuur en Milieu stelde beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 24 juli 2008 en oordeelde dat het beroep deels gegrond is.
De Afdeling stelde vast dat de vergunning voor de lozing van koelwater van eenheid C onvoldoende was gemotiveerd met betrekking tot de toepassing van de beste beschikbare technieken, met name het gebruik van koperen pijpen in de condensoren. Dit onderdeel van het besluit werd vernietigd. Tevens werd het voorschrift over het maximaal toegestane gehalte vrij beschikbaar chloor bij de uitlaat van de condensor aangepast om te voldoen aan het zorgvuldigheidsbeginsel.
Andere bezwaren van Natuur en Milieu, zoals coördinatie van vergunningen en het gebruik van chloorbleekloog, werden afgewezen. De staatssecretaris werd opgedragen binnen 13 weken een nieuw besluit te nemen. Verder werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Natuur en Milieu.
Uitkomst: Het besluit is gedeeltelijk vernietigd voor de lozing van koelwater van eenheid C en een voorschrift over chloorgehalte, met opdracht tot nieuw besluit binnen 13 weken.