Uitspraak
200305794/1, uitsluitend heeft gebaseerd op het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer. Ten derde voert zij daartoe aan dat het college ten onrechte geen aandacht heeft besteed aan de omstandigheid dat de voormalige bedrijfswoning van [belanghebbende] reeds vóór 2000 een functieverandering heeft ondergaan. Ten vierde voert zij daartoe aan dat het college had moeten meewegen dat [belanghebbende] handelt in strijd met de notariële akte van 27 april 2000, waarin [belanghebbende] en [buurman] hebben verklaard dat [belanghebbende] behoudens de nieuw gebouwde ligboxenstal alle overige emissiegevoelige objecten gelegen binnen een afstand van 50 m van de nieuwe erfgrens tussen percelen van [belanghebbende] enerzijds en [buurman] anderzijds zal verwijderen en wel op uiterlijk 1 mei 2001. Ten vijfde voert zij daartoe aan dat het perceel ligt in een in de Structuurvisie Rijnwoude 2020 "Van droom naar data" opgenomen woningbouwlocatie.
200305794/1, voorts terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het college bij beoordeling van het verzoek om vrijstelling niet het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer als uitgangspunt zou mogen nemen bij de bepaling van de in acht te nemen afstand tussen de melkrundveehouderij van [belanghebbende] en de in het bouwplan voorziene woningen. Anders dan Kunst- en Antiekstudio betoogt, heeft het college zich bij zijn besluit niet uitsluitend op het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer gebaseerd. In het besluit op bezwaar, gelezen in samenhang met het besluit in primo, is namelijk vermeld dat aan een vergunning op grond van de Wm, gelet op het rapport van AV-Consulting van 20 oktober 2005, onevenredig veel beperkende voorschriften zouden moeten worden verbonden zodat dit in redelijkheid niet van [belanghebbende] kan worden gevergd. Geen grond bestaat voor het oordeel dat het college op grond van voormeld rapport niet heeft mogen concluderen dat de voorschriften die aan een vergunning op grond van de Wm zouden moeten worden verbonden onevenredig beperkend voor de bedrijfsvoering zijn.
200701608/1, inhoudende dat een privaatrechtelijke belemmering eerst aan verlening van vrijstelling in de weg staat indien deze belemmering evident is, kan voorts niet worden afgeleid dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bouwplan niet kon worden voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Bij akte van 27 april 2000, voor zover thans van belang, hebben [belanghebbende] en [buurman] verklaard dat [belanghebbende] behoudens de nieuw gebouwde ligboxenstal alle overige emissiegevoelige objecten gelegen binnen een afstand van 50 m van de nieuwe erfgrens tussen percelen van [belanghebbende] enerzijds en [buurman] anderzijds zal verwijderen en wel op uiterlijk 1 mei 2001. Anders dan Kunst- en Antiekstudio betoogt, valt hieruit niet ondubbelzinnig af te leiden dat [belanghebbende] ook de bedrijfsactiviteiten dient te staken die aan het verlenen van bouwvergunning voor het bouwplan in de weg staan.