ECLI:NL:RVS:2008:BD9467
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- R.J.R. Hazen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek schadevergoeding na toegangsweigering vreemdeling
De vreemdeling verzocht om schadevergoeding nadat haar op 12 juli 2001 de toegang tot Nederland werd geweigerd. De minister wees dit verzoek af, en ook het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat schadevergoeding slechts kan worden toegekend bij vernietiging van het besluit en dat de minister ten onrechte van de hoorplicht kon afzien.
De Raad van State overwoog dat zolang een besluit niet is vernietigd, ervan moet worden uitgegaan dat het rechtmatig is, tenzij er bijzondere, zeer klemmende omstandigheden zijn. Deze waren niet aangevoerd. Ook oordeelde de Raad dat de minister terecht van de hoorplicht kon afzien omdat op voorhand redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.