ECLI:NL:RVS:2008:BD9458
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen bij grensoverschrijdende dienstverlening
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellante een boete van €24.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door Slowaakse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heropende het onderzoek en behandelde het hoger beroep.
Appellante stelde dat de vreemdelingen als zelfstandigen werkzaam waren of dat er sprake was van grensoverschrijdende dienstverlening waardoor geen vergunning nodig was. De Raad van State oordeelde dat de vreemdelingen onder gezagsverhouding van appellante werkten en dus werknemers waren. Gezien het tijdelijke karakter van hun werkzaamheden en het feit dat zij na afloop naar Slowakije zouden terugkeren, viel dit onder het vrij verkeer van diensten zoals bepaald in het EG-Verdrag.
De Raad van State vernietigde het boetebesluit en het bestreden vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en herroept het boetebesluit. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vernietigd omdat de werkzaamheden onder het vrij verkeer van diensten vallen.