ECLI:NL:RBSGR:2008:BG8924
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.P. Pereira Horta
- M.M.F. Holtrop
- G.F. van der Linden-Burgers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens onterecht werkgeverschap onder Wet arbeid vreemdelingen
Eiseres kreeg een boete van €64.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door Poolse arbeidskrachten zonder tewerkstellingsvergunning, op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd bevestigd in bezwaar, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De kern van het geschil was of eiseres als werkgever in de zin van de Wav kon worden aangemerkt. Eiseres stelde dat zij slechts afnemer was van apparatuur en geen invloed had op de uitvoering van de werkzaamheden, die door het bedrijf [B] met Poolse werknemers werden verricht. De rechtbank overwoog dat het werkgeversbegrip in de Wav ruim is, maar dat in dit geval sprake was van grensoverschrijdende dienstverrichting onder de artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag, waardoor de vergunningplicht niet van toepassing is.
De Poolse werknemers waren in dienst van [B], verbleven tijdelijk in Nederland en keerden na de werkzaamheden terug naar Polen. De rechtbank concludeerde dat eiseres niet als werkgever kon worden aangemerkt en dat de boete onterecht was opgelegd. Het bestreden besluit werd vernietigd, het primaire besluit herroepen en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt de toepassing van Europese vrijheden op het terrein van arbeidsmobiliteit en het belang van een juiste kwalificatie van werkgeverschap in het kader van de Wav.
Uitkomst: De boete tegen eiseres wordt vernietigd omdat zij niet als werkgever in de zin van de Wav kan worden aangemerkt.