ECLI:NL:RVS:2008:BD3627
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit Wet arbeid vreemdelingen wegens onvoldoende motivering
De staatssecretaris legde aan appellant een boete van €19.000 op wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), met name artikelen 2 en 15. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zij niet als vergunningplichtig werkgever kon worden aangemerkt en dat zij wel degelijk had voldaan aan haar verplichtingen inzake controle van identiteitsdocumenten.
De Raad van State overwoog dat zowel de formeel werkgever (de uitlener) als de feitelijk werkgever vergunningplichtig zijn volgens de Wav. Appellant had ongeldige en vervalste documenten verstrekt, waardoor zij niet voldeed aan artikel 15, eerste lid. Wel oordeelde de Raad dat de staatssecretaris ten onrechte een niet kenbare norm hanteerde door te stellen dat appellant de Koninklijke Marechaussee had moeten raadplegen om authenticiteit te controleren.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het boetebesluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel (artikel 7:12 Awb Pro). De minister werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de verwijtbaarheid van appellant opnieuw moet worden beoordeeld. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de minister dient een nieuw besluit te nemen.