ECLI:NL:RVS:2004:AP3429
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CWI over tewerkstellingsvergunningen voor uitgeleende beroepsvoetballers
De Centrale organisatie Werk en Inkomen (CWI) verleende tewerkstellingsvergunningen aan Excelsior voor twee beroepsvoetballers die door Feyenoord aan Excelsior waren uitgeleend. Tegen deze besluiten maakten Excelsior en Feyenoord bezwaar en beroep, dat door de rechtbank werd afgewezen. Het hoger beroep bij de Raad van State richtte zich onder meer op de vraag of Feyenoord als werkgever moest worden aangemerkt voor de toepassing van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De Raad van State oordeelde dat het belang van appellanten bij het verkrijgen van jurisprudentie over toekomstige uitleensituaties onvoldoende is om het hoger beroep ontvankelijk te verklaren in dat deel. Daarnaast werd geoordeeld dat de uitleen van de voetballers geen situatie van meerdere werkgevers creëert, maar een verandering van feitelijke werkgever en arbeidsplaats betreft, waardoor artikel 2, tweede lid, van de Wav niet van toepassing is.
Het hoger beroep werd daarom deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat de situatie van artikel 8:73 Awb Pro zich niet voordeed. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.