Uitspraak
200704581/1, ter zitting behandeld op 12 februari 2008, waar het college, vertegenwoordigd door mr. F.J. van der Vaart, advocaat te Enschede, vergezeld door [gemachtigde], en de stichting, vertegenwoordigd door mr. J.A. Keijser, advocaat te Voorburg, vergezeld door [directeur] van de stichting, zijn verschenen.
200603663/1(AB 2007, 235), is de enkele vaststelling van het voor bekostiging beschikbare budget in het kader van de begrotingsbehandeling in beginsel niet gericht op rechtsgevolgen in de verhouding tussen de gemeenteraad en degenen die op bekostiging aanspraak maken en is een dergelijke beslissing niet aan te merken als een besluit, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), waartegen ingevolge artikel 8:1, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van deze wet bezwaar openstaat. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 3 januari 2007 in zaak nr.
200606029/1(AB 2007, 224), strekt een bekostigingsplafond tot het bepalen van de werkingssfeer van reeds bestaande algemeen verbindende normen, zoals deze zijn neergelegd in de WVO. Het plafondbesluit is derhalve aan te merken als een besluit van algemene strekking, niet zijnde een wettelijk voorschrift. Tegen een dergelijke beslissing staat in beginsel bezwaar en beroep op.