AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning seniorenappartementen
Het college van burgemeester en wethouders van Zederik verleende op 20 april 2006 een bouwvergunning en vrijstelling aan Stichting Goed Wonen Zederik voor de bouw van 29 seniorenappartementen op een perceel in Meerkerk. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit, dat gedeeltelijk werd toegewezen. De rechtbank Dordrecht verklaarde het besluit van 24 november 2006 vernietigd na een beroep van verzoekers. Hiertegen stelde verzoekers hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 14 maart 2008. Verzoekers vreesden vooral toenemende parkeeroverlast door het bouwplan. Het college had echter in een nieuw besluit op bezwaar van 11 maart 2008 toegezegd 50 parkeerplaatsen aan te leggen voor de 29 appartementen. De voorzitter oordeelde dat niet aannemelijk was dat het bouwplan tot zodanige parkeerhinder zou leiden dat een voorlopige voorziening noodzakelijk was.
Daarnaast speelde mee dat de bouw van het appartementencomplex al in een vergevorderd stadium was, met een oplevering gepland op 9 mei 2008. Stillegging zou aanzienlijke schade voor de stichting veroorzaken. Gezien deze omstandigheden wees de voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor seniorenappartementen is afgewezen.
Uitspraak
200800973/2.
Datum uitspraak: 26 maart 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak in zaak nr. 07/33 van de rechtbank Dordrecht van 28 december 2007 in het geding tussen:
[verzoekers]
en
het college van burgemeester en wethouders van Zederik.
1. Procesverloop
Bij besluit van 20 april 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zederik (hierna: het college) aan de stichting Stichting Goed Wonen Zederik (hierna: de stichting) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van 29 seniorenappartementen op het perceel Vijverhof/Prinses Beatrixstraat te Meerkerk, gemeente Zederik.
Bij besluit van 24 november 2006 heeft het college het door [verzoekers] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 28 december 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Dordrecht (hierna: de rechtbank) het door [verzoekers] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 24 november 2006 vernietigd.
Tegen deze uitspraak hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 februari 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 maart 2008.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 februari 2008, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 11 maart 2008 heeft het college de bezwaren van [verzoekers] opnieuw gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 maart 2008, waar [verzoekers], in persoon en bijgestaan door mr. F.A. van de Kasteele, advocaat te Dordrecht, en het college, vertegenwoordigd door J. van de Ven en J.P. Rombout, ambtenaren in dienst van de gemeente, zijn verschenen.
Voorts is ter zitting de stichting, vertegenwoordigd door mr. J.M.H. van den Mosselaar, advocaat te Best, vergezeld door haar [directeur] als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. het verzoek van [verzoekers] is met name ingegeven door de vrees voor toeneming van parkeeroverlast ten gevolge van het bouwplan.
2.3. Hetgeen [verzoekers] naar voren hebben gebracht, geeft geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de bouwvergunning niet mocht worden verleend. Het college heeft op 11 maart 2008 een nieuw besluit op bezwaar genomen. Uit dit besluit volgt dat ten behoeve van de voorziene 29 appartementen 50 parkeerplaatsen zullen worden aangelegd. Niet aannemelijk is geworden dat, zelfs indien niet al deze parkeerplaatsen op korte termijn fysiek kunnen worden gerealiseerd, het bouwplan tot zodanige parkeerhinder in de omgeving zal leiden, dat dit aanleiding dient te geven voor het treffen van een voorlopige voorziening. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat ter zitting is gebleken dat de bouw van het appartementencomplex in een vergevorderd stadium verkeert. Oplevering is voorzien op 9 mei 2008. Door de stichting is onweersproken gesteld dat zij bij stillegging van de bouw in dit stadium aanzienlijke schade derft.
2.4. Gelet op het voorgaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, ambtenaar van Staat.