Uitspraak
200601286/1 en 200601286/2heeft de voorzitter het beroep van [verzoekers] tegen de voor het plan van [vergunninghouder] verleende vergunning op grond van de Wet milieubeheer ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat niet behoeft te worden gevreesd voor onaanvaardbare stankhinder vanwege het in de stal te plaatsen rundvee. Voorts is het niet aannemelijk dat vanwege de geluidhinder veroorzaakt door de transportbewegingen, het rundvee, het mixen van mest of anderszins niet aan de gestelde geluidgrenswaarden kan worden voldaan.