ECLI:NL:RVS:2008:BC4700
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks gedeeltelijke verwijtbaarheid
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan de wederpartij een boete van €16.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het boetebesluit, omdat onvoldoende rekening was gehouden met de inspanningen van de wederpartij om de authenticiteit van identiteitsdocumenten te controleren. De minister stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de wederpartij de paspoorten heeft gecontroleerd op geldigheid en uiterlijke kenmerken, conform het stappenplan uit de brochure van het ministerie, en dat het niet gebruiken van een UV-lamp geen reden is om de verwijtbaarheid volledig toe te rekenen. Er is sprake van gedeeltelijke verminderde verwijtbaarheid, wat matiging van de boete rechtvaardigt, maar dit leidt niet tot vernietiging van het boetebesluit.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €644 en het griffierecht van €428 opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €16.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen ondanks gedeeltelijke verminderde verwijtbaarheid.