ECLI:NL:RBSGR:2010:BL4489
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van Wav-boete en reikwijdte medewerkingsplicht op grond van artikel 5:20 Awb
Eiseressen, twee besloten vennootschappen, kregen elk een boete van €8.000,- opgelegd wegens het niet naleven van de medewerkingsplicht uit artikel 5:20 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het kader van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boetes zijn opgelegd omdat zij niet hebben kunnen vaststellen wie de aangetroffen persoon was die onder een vals paspoort werkte.
De rechtbank overweegt dat zowel eiseres sub 1 als sub 2 terecht als werkgevers zijn aangemerkt, ondanks hun verwevenheid, omdat zij afzonderlijke rechtspersonen zijn en de vreemdeling feitelijk arbeid verrichtte bij eiseres sub 2. De medewerkingsplicht houdt in dat binnen een redelijke termijn alle medewerking moet worden verleend aan toezichthouders om de identiteit van de werknemer vast te stellen.
Hoewel eiseressen medewerking hebben verleend aan administratieve onderzoeken en gegevens hebben verstrekt, kon de identiteit van de aangetroffen persoon niet worden vastgesteld. De rechtbank stelt dat eiseressen tekort zijn geschoten in hun verplichtingen, mede omdat het paspoort duidelijke valsheidskenmerken vertoonde en zij geen adequate interne procedures hadden om de echtheid van identiteitsdocumenten te controleren.
De beroepen worden ongegrond verklaard en de opgelegde boetes blijven in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de boetes van €8.000,- wegens onvoldoende medewerking aan identiteitsvaststelling.