Uitspraak
200505024/1. De Afdeling vermag niet in te zien en appellante heeft hiervoor ook geen nadere gronden aangevoerd waarom in het rapport niet met de gebiedsvisie rekening mocht worden gehouden.
Raad van State
De gemeenteraad van Ooststellingwerf stelde op 28 februari 2006 het bestemmingsplan "Buitengebied" vast, dat door het college van gedeputeerde staten van Fryslân werd goedgekeurd op 17 oktober 2006. Diverse belanghebbenden, waaronder Padi B.V., meerdere appellanten en LTO Noord, stelden beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat sommige beroepen niet-ontvankelijk waren wegens het ontbreken van een bij de gemeenteraad ingediende zienswijze. Voor de ontvankelijke beroepen vernietigde de Afdeling delen van het besluit wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en onvoldoende objectieve begrenzing van planvoorschriften en wijzigingsbevoegdheden. Zo werd onder meer het plandeel met bestemming "Agrarisch gebied" en de aanduiding "bedrijven, klasse 2" voor het perceel Zuid 11 vernietigd wegens onzorgvuldigheid.
Verder werd geoordeeld dat het plan onvoldoende rekening hield met bestaande rechten en voorzieningen, zoals een hippisch bungalowpark, en dat de wijzigingsbevoegdheid voor "Natuurgebied 3" onvoldoende objectief was begrensd. Ook werd het bouwverbod ter bescherming van archeologische waarden bevestigd. Tot slot veroordeelde de Afdeling het college van gedeputeerde staten tot vergoeding van proceskosten aan enkele appellanten.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt en onthoudt goedkeuring aan delen van het bestemmingsplan wegens strijd met zorgvuldigheid en rechtszekerheid en veroordeelt het college tot proceskostenvergoeding.