Uitspraak
200402191/1), heeft de vaststelling van een natuurgebiedsplan geen planologische gevolgen voor de in dat gebied gelegen gronden, omdat door die vaststelling de bestemming van die gronden noch het gebruik daarvan wordt gewijzigd. De rechtbank heeft terecht in aanmerking genomen dat de vaststelling van het gebiedsplan er niet toe leidt dat geen belangenafweging meer hoeft plaats te vinden ter uitvoering van andere specifieke regelgeving, zoals de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Wet milieubeheer. Ook bij het vaststellen van een streekplan en de Ecologische Hoofdstructuur geldt onverkort dat alle daarbij betrokken belangen afgewogen dienen te worden. De rechtbank heeft terecht overwogen dat eventuele beperkingen in de uitbreiding van de veestapel als gevolg van mogelijke toekomstige aanscherping van milieu- of ammoniakwetgeving niet aangemerkt kunnen worden als gevolgen van de vaststelling van het gebiedsplan.