ECLI:NL:RVS:2008:BC4504
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens overdracht naar Griekenland onder Dublinverordening
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen gekregen door de staatssecretaris van Justitie. De rechtbank had het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De vreemdeling voerde aan dat Griekenland geen behoorlijke asielprocedure biedt en dat overdracht zou leiden tot indirect refoulement. Ter onderbouwing werden diverse rapporten en brieven overlegd, waaronder van UNHCR, Amnesty International en Vluchtelingenwerk Nederland. De Raad van State oordeelde dat deze stukken geen concrete aanwijzingen bevatten dat Griekenland zijn verplichtingen uit het Vluchtelingenverdrag en het EVRM jegens de vreemdeling niet zal nakomen.
De Raad van State verwees naar eerdere uitspraken waarin soortgelijke rapporten werden beoordeeld en concludeerde dat de staatssecretaris niet tekortgeschoten is in zijn beoordeling. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 4 februari 2008.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.