ECLI:NL:RVS:2007:BB8283
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens verantwoordelijkheid Griekenland voor asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie wees op 26 juni 2007 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af omdat Griekenland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de asielaanvraag. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het beroep gegrond is omdat er onvoldoende concrete aanwijzingen zijn dat Griekenland zijn internationale verplichtingen uit het Vluchtelingenverdrag en het EVRM niet naleeft. De enkele in gang gezette inbreukprocedure door de Europese Commissie tegen Griekenland is onvoldoende concreet om te concluderen dat Griekenland het non-refoulementbeginsel schendt. Ook is het niet relevant of de vreemdeling de asielprocedure in Griekenland al heeft doorlopen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de toepassing van de Dublinverordening bij de beoordeling van de verantwoordelijke lidstaat voor asielaanvragen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij Griekenland verantwoordelijk blijft voor de asielprocedure.