Uitspraak
200206222/1(AB 2003, 355) en naar voormelde uitspraak van de voorzieningenrechter, heeft overwogen dat ook ten aanzien van de bij het besluit 11 november 2004 verleende bouwvergunning van de juistheid van het aldus onder 2.2. weergegeven oordeel van de voorzieningenrechter moet worden uitgegaan. Hiertoe voert hij aan dat er in dit geding sprake is van een ander feitencomplex dan dat waarop de voorzieningenrechter in voormelde uitspraak zijn oordeel heeft gebaseerd.
200501225/1, leidt niet tot een ander oordeel. Bij die uitspraak was, hoewel in etappes vergund, feitelijk één bouwplan aan de orde dat als één geheel werd gerealiseerd, terwijl de aanvragen die [vergunninghouder] heeft gedaan, twee van elkaar te onderscheiden bouwplannen omvatten.