ECLI:NL:RVS:2008:BC2123
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering bouwvergunning voor woning op gesplitst perceel in Epe
Het college van burgemeester en wethouders van Epe weigerde op 8 december 2005 een bouwvergunning voor het bouwen van een woning op een perceel dat door appellant was gesplitst in twee kadastrale percelen. Appellant maakte bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Zutphen oordeelde echter dat het college het bezwaar ten onrechte had afgewezen en vernietigde het besluit.
In hoger beroep betoogde appellant dat het bouwperceel moet worden vastgesteld aan de hand van de kadastrale percelen en dat per perceel één woning is toegestaan volgens het bestemmingsplan. De Raad van State overwoog dat de enkele kadastrale splitsing niet automatisch leidt tot een wijziging van het bouwperceel, tenzij er ook een wijziging in eigendom is. Appellant had aannemelijk gemaakt dat de splitsing met het oog op verkoop en bouw van een nieuwe woning daadwerkelijk plaatsvindt.
De Raad van State stelde vast dat het college bij de beoordeling van de bouwvergunning had moeten uitgaan van twee bouwpercelen, waardoor het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan en de vergunning van rechtswege is verleend. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van het college vernietigd, en appellant werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning wordt vernietigd omdat de vergunning van rechtswege is verleend.