ECLI:NL:RVS:2008:BC2092
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.J. den Broeder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister inzake geslachtsnaamswijziging minderjarige zoon
De minister van Justitie had op verzoek van de moeder de wijziging van de geslachtsnaam van hun minderjarige zoon van de naam van de appellant naar die van de moeder bevorderd. De appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de minister ongegrond werd verklaard. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister bij de beslissing op bezwaar een belangenafweging had moeten maken en appellant had moeten horen, wat niet was gebeurd. Hierdoor was het besluit onzorgvuldig genomen en werd het besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. De Raad van State verklaarde het beroep van appellant alsnog gegrond.
Ondanks de vernietiging van het besluit liet de Raad van State de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat de minister bij een nieuwe beslissing hetzelfde besluit zou moeten nemen. Verder wees de Raad van State de proceskosten toe aan appellant en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed. De Raad van State verwierp de inhoudelijke bezwaren van appellant over de gezinsverbanden en het belang van de naamswijziging.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.